De parachutisten en de verrassende onthulling
Een bataljon parachutisten keert terug van een missie van zes maanden in Afrika.
De generaal feliciteert iedereen één voor één en heeft voor elke soldaat een vraag of een opmerking.
Generaal: “Heb je ooit angst gehad?”
Para: “Nee, generaal. Parachutisten zoals wij zijn nergens bang voor.”
Generaal: “En wat had je gedaan als je parachute niet open was gegaan?”
Para: “Dan was ik naar beneden gegaan om een andere te halen, generaal. Parachutisten zoals wij laten zich niet tegenhouden door een parachute!”
Zo gaat de generaal de hele groep langs.
Bij de voorlaatste blijft hij staan: een kerel van twee meter, breed als een kast.
De generaal weet even niets te vragen en zegt dan:
Generaal: “Had u af en toe ook… intiem contact?”
Para: “Vijf à zes keer per dag, generaal. Heel normaal. Parachutisten zoals wij hebben een uitstekende conditie!”
Dan komt de generaal bij de laatste: een klein, mager mannetje.
Hij stelt dezelfde vraag.
Para: “Vijf à zes keer in de hele zes maanden, generaal.”
De generaal kijkt verbaasd:
Generaal: “Voor een parachutist verbaast u me nogal.”
Para: “Dat snap ik, generaal. Voor een normale parachutist is dat weinig… maar voor de legeraalmoezenier is het best netjes.”