Opperhoofd en het winterorakel
voorvaderlijke geheimen geërfd.
Hij kijkt naar de lucht en bedenkt vervolgens met een natte vinger in de lucht dat de winter wel eens koud zou kunnen worden en raadt aan al het hout te verzamelen dat voorhanden is.
Onzeker van zijn zaak loopt hij – om straks niet af te zullen gaan – stiekem naar een telefooncel en belt het weerkundige instituut.
“Nou,” zegt de lokale weerman, “het wordt een heel koude winter”.
Het opperhoofd loopt terug naar zijn stam en raadt aan om nog veel meer hout in te slaan.
Een maand later belt de indiaan nog een keer. De weerman:
“Ja hoor, ik denk dat de winter zelfs een van de koudste gaat worden”.
“Hoe kun je zo zeker zijn?” vraagt het opperhoofd.
“Nou,” zegt de weerman, “de indianen sprokkelen momenteel hout als gekken!”