Van het bruggetje gevallen
En dat ging zo door, iedere keer als iemand in het dorp overspel had gepleegd, zeiden ze bij de pastoor dat ze van het bruggetje waren gevallen.
Op een gegeven moment kreeg het dorpje een andere pastoor. Die snapte er dus niets van, want iedere vrouw zei steeds dat ze van het bruggetje was gevallen. Toen de pastoor een keer op een zondagmiddag door het dorp liep kwam hij de burgemeester tegen en zei: “Burgemeester, je moet toch eens wat aan dat bruggetje doen.”
“Hoezo?”, vroeg de burgemeester.
Pastoor: “Nou, uw vrouw is er ook al twee keer van af gevallen hoor!”